Loslaten

Los·la·ten (liet los, heeft losgelaten)  

in vrijheid stellen 

met rust laten; laten rusten: een probleem loslaten zich er niet langer druk over maken 

verklappen: de verdachte liet niets los 

niet meer houden; los worden: die lijm laat los 

Iedereen die wel eens verhuisd is weet hoe lastig het kan zijn om spullen weg te doen. Om de een of andere reden zijn het voornamelijk boeken die elke verhuizing weer mee worden genomen zonder dat ze sinds de vorige verhuizingen worden opengeslagen.  “Nee, dat is echt een klassieker! Die doe ik echt niet weg…” hoor je zelfs over een 12-delige Duitse encyclopedie die je ooit eens van je oudtante kreeg in de tijd voor Google. En daar sta je weer met een stapel verhuisdozen vol boeken die je in je nieuwe huis eigenlijk niet kwijt kan, waardoor je de dozen weer opslaat op zolder/kelder/bezemkast. Ga je vast nog wel een keer gebruiken! Kan blijkbaar lastig zijn, dat loslaten. 

Als je naar de betekenis van loslaten zoekt is dat veelal positief: ‘met rust laten’, ‘ruimte creëren’ en ‘je niet langer druk maken’. Niet alleen voor het individu kan loslaten van groot belang zijn, maar ook steeds meer bedrijven zien dat het loslaten van medewerkers positieve gevolgen kan hebben. Vooral in de IT wordt de midden-managementlaag vervangen door zelfsturende teams. In de praktijk hebben senior managers moeite om deze teams niet te vertellen hoe zij hun werk moeten doen. Toch blijkt de behoefte om terug te vallen op het oude managementpatroon af te nemen met verloop van tijd. Loslaten is blijkbaar iets dat je leren kan.   

Mijn manager vertelde mij dat hij weer van zijn manager de vraag kreeg: “Hoe kunnen we onze development-teams nou nog tien keer beter maken?” Zijn antwoord was duidelijk: “Als jij dat wil dan moet jij ze nog tien keer losser laten.” Ik denk dat als je dit vijf jaar geleden aan de gemiddelde manager had verteld dat je voor gek uitgemaakt zou worden. Toch lijken er nu velen overtuigd om los te laten.

Het grootste struikelblok met het loslaten van je werknemers is vertrouwen. Het vertrouwen dat het goed gaat zonder zelf alles tot in de puntjes te willen regelen of te controleren. Je werknemer toestaan om met enige regelmaat op externe locatie of thuis te flexwerken. Het vertrouwen dat de werknemer zonder constante supervisie zijn/haar taken tijdig en succesvol inleverd. Van de week vertelde een vriend mij dat hij een verzoek moet indienen om muziek te luisteren tijdens het werken. Dit verzoek moet worden goedgekeurd door twee managers en de directeur. Het werd hem overigens afgeraden dit verzoek in te dienen want ‘dat komt er toch niet doorheen’. Het contrast tussen vertrouwen en loslaten in dit verhaal en mijn ervaring van de afgelopen maanden bij de ING is bijzonder groot. 

Zo staan veel van ons nog met dozen vol ongebruikte boeken in gehuurde opslagplekken. En zo zijn er ook nog veel bedrijven waar de micro-middle-manager nog een grote rol speelt. In deze bedrijven staat loslaten nog niet centraal en vertrouwen op een laag pitje. Hoewel we niet van elkaar hoeven te verwachten dat we als Tibetaanse monniken ons persoonlijke bezit loslaten, hoop ik wel dat meer bedrijven die inzichten gaan krijgen zoals ik hier om mij heen zie op de werkvloer. Een beetje zoals het flowerpower-jaren60-verhaal van Jan Terlouw over touwtjes uit een brievenbus. Het is hoop. Misschien kan ik die beter loslaten, maar laten we er gewoon op vertrouwen dat het uiteindelijk allemaal goed komt.